| ZONNEBLOEMEN Een decoratie voor het Gele Huis Tijdens zijn verblijf in Parijs (1886-88) schildert Van Gogh veel bloemstillevens. Dit onderwerp leende zich volgens hem goed voor experimenten met contrasterende kleuren, zoals blauw en geel. In de zomer van 1887 maakt hij voor het eerst studies van afgesneden zonnebloemen. Een jaar later, als hij in Arles woont, neemt Van Gogh het zonnebloemthema weer op. Aan zijn broer Theo schrijft hij over zijn plan om zijn atelier te decoreren met stillevens van zonnebloemen. Daarin moeten 'felle of gebroken chromaatgelen scherp afsteken tegen verschillende blauwe achtergronden.' Omstreeks 18 augustus 1888 begint Van Gogh met het schilderen van de boeketten zonnebloemen in een vaas. De doeken zijn bedoeld als serie, om het Gele Huis voor te bereiden op de komst van Gauguin, ook al weet Van Gogh op dat moment nog niet zeker of deze inderdaad in Arles zal verschijnen. Wel weet hij hoe Gauguin zijn eerdere studies van uitgebloeide zonnebloemen heeft gewaardeerd. Gauguin bezit er zelfs twee, die hij in Parijs met Van Gogh heeft geruild tegen een van zijn eigen doeken van Martinique. Het lijkt Van Gogh daarom een goed idee om voor zijn gast een decoratie te maken van in totaal 12 panelen met zonnebloemen. Later wijzigt hij zijn plannen en spreekt hij over zes zonnebloemstillevens voor de logeerkamer, waar Gauguin zal verblijven. Tenslotte schildert Van Gogh er vier. Zonnebloemen voor Gauguin Van zijn eerste zonnebloemenstillevens vindt Van Gogh vooral de derde versie - met 14 bloemen op een lichtblauwe achtergrond - geslaagd. Kort daarna schildert hij een stilleven met 15 bloemen tegen een gele achtergrond. Vincent streeft kennelijk niet langer een contrastwerking na, maar ziet het als een uitdaging om een 'licht op licht'-effect te bereiken, waarbij het contrast tussen boeket en achtergrond zo klein mogelijk wordt gehouden. De beide laatste schilderijen hangt hij in de slaapkamer die hij voor de komst van zijn vriend Gauguin heeft ingericht (deze doeken bevinden zich respectievelijk in de Neue Pinakothek in München en de National Gallery in Londen. Het schilderij met gele achtergrond is op de tentoonstelling Van Gogh & Gauguin te zien). Bij zijn aankomst in Arles is Gauguin zeer te spreken over de decoratie. Hij beschouwt de Zonnebloemen als typerend voor Van Goghs eigen stijl. Onderzoek In de loop van december begint Van Gogh met het schilderen van een herhaling van zijn eerder gemaakte zonnebloemen tegen een gele achtergrond (nu in het Seiji Togo Memorial Yasuda Kasai Museum of Art in Tokio en eveneens op de tentoonstelling aanwezig). Van dit laatste werk is de toeschrijving aan Van Gogh regelmatig onderwerp van discussie geweest. Medewerkers van het Van Gogh Museum hebben in het kader van de tentoonstelling Van Gogh & Gauguin onderzoek verricht naar de Zonnebloemen uit Tokio. De resultaten van dit onderzoek zijn gepubliceerd in de vorm van een artikel door Louis van Tilborgh en Ella Hendriks. Het volledige artikel is als Word-document op deze website te downloaden. Ook op het internationale symposium (7-9 maart 2002) zal dit onderwerp veel aandacht krijgen. In de tentoonstelling zijn de drie versies voor het eerst naast elkaar te zien en kan de bezoeker de Zonnebloemen zelf bestuderen en vergelijken. Op de eerste verdieping van het Hoofdgebouw van het Van Gogh Museum is tijdens de tentoonstelling een informatieve presentatie over de Zonnebloemen ingericht. Portret Terwijl Van Gogh aan zijn eerste herhaling werkt, portretteert Gauguin zijn vriend. Hij schildert Van Gogh met een boeket echte zonnebloemen voor zich, iets wat in december natuurlijk niet mogelijk is. Het lijkt alsof Gauguin hier de spot drijft met Van Goghs behoefte om naar de waarneming te werken. Gauguin hecht meer waarde aan kunstwerken die voortkomen uit de herinnering. Het is een belangrijk meningsverschil tussen de twee kunstenaars, dat steeds vaker irritatie veroorzaakt in het Gele Huis. Van Gogh reageert schamper op het portret: 'Ik ben het zeker...maar dan gek geworden!'. Latere experimenten Na het drama van 23 december en zijn opname in het ziekenhuis van Arles gaat Van Gogh eind januari 1889 verder met het schilderen van zonnebloemstillevens. Gauguin heeft hem in een brief laten weten geïnteresseerd te zijn in het schilderij met de zonnebloemen tegen een gele achtergrond, uit zijn slaapkamer in het Gele Huis. Van Gogh maakt zowel van de gele als van de blauwe variant een nieuwe versie voor Gauguin. Hij wijkt daarbij af van het oorspronkelijke kleurgebruik en laat de realistische lichtval weg, waarmee hij duidelijk verwijst naar de decoratieve stijl van Gauguin. Daarnaast krijgt hij het idee om de twee nieuwe zonnebloemstillevens te combineren met een portret van Augustine Roulin, waaraan hij ten tijde van Gauguins vertrek bezig was. Hij heeft de vrouw van de postbode weergegeven terwijl ze met een touw een wieg in beweging houdt. In een brief aan Gauguin noemt Van Gogh dit motief La Berceuse, de wiegster. Hij legt uit dat het doek met de moederfiguur in een scheepskajuit zou kunnen hangen, om troost te bieden aan zeelieden ver van huis. Voor Theo schetst Vincent hoe hij het geheel voor zich ziet: de twee schilderijen met zonnebloemen flankeren La Berceuse. In deze samenhang drukken de zonnebloemen 'dankbaarheid' uit, zo schrijft hij Theo. Zowel in stijl als betekenis vormt het drieluik een indrukwekkend gedenkteken voor de vriendschap tussen Van Gogh en Gauguin. Zonnebloemen in de tropen In Gauguins latere werk is te zien dat zonnebloemen (en hun associatie met Van Gogh) hem niet hebben meer losgelaten. Zo schildert Gauguin in november 1889 een stilleven van de bloemen met een exotische vrouwfiguur. In 1901, op Tahiti, maakt hij verscheidene schilderijen waarin zonnebloemen een opvallende rol spelen. Hij vraagt een Franse vriend om zonnebloemzaadjes naar hem op te sturen, zodat hij ook in zijn tropische tuin van deze bloemen kan genieten. En in zijn memoires mijmert hij opnieuw over de zonnebloemdecoratie op zijn kamertje in Arles. Gauguin kan op dat moment echter niet vermoeden hoe beroemd Van Goghs Zonnebloemen in de toekomst zullen worden. Meer dan ooit vormen ze nu het symbool van de periode in Arles en van de band tussen Van Gogh en Gauguin. |