| 1848 | Eugène Henri Paul Gauguin wordt in Parijs geboren op 7 juni. Zijn vader, Clovis Gauguin, is Fransman en werkt als journalist voor Le National. Zijn moeder Aline Marie Chazal, dochter van de schrijfster en activiste Flora Tristan, is van Frans-Spaanse afkomst.
|
| 1851 | Het gezin Gauguin vertrekt naar Lima, Peru, om daar te gaan wonen bij een oudoom van moederskant. Vader Clovis overlijdt onderweg.
|
| 1855 | Aline keert met Paul en zijn oudere zuster Marie terug naar Frankrijk en vestigt zich in Orléans bij haar schoonvader en haar zwager.
|
| 1859 | Gauguin wordt leerling aan het Petit Séminaire de la Chapelle de Mesmin in Orléans.
|
| 1861 | Aline vestigt zich in Parijs, waar Gustave Arosa, een rijke zakenman van Spaanse afkomst, zich ontfermt over haar en de twee kinderen. Gauguin bereidt zich voor op het toelatingsexamen van de Marine Academie.
|
| 1865 | Gauguin monstert aan bij de koopvaardij. Zijn eerste reis voert naar Rio de Janeiro.
|
| 1867 | Aline sterft op 7 juli.
|
| 1869 | Gauguin wordt alsnog naar Orléans gestuurd om het lyceum af te maken.
|
| 1871 | Terug in Parijs treedt Gauguin, door tussenkomst van Gustave Arosa, in dienst bij de firma van effectenhandelaar Paul Bertin. Daar maakt hij kennis met de schilder Emil Schuffenecker, die een goede vriend van hem wordt. Via de kring van zijn beschermheer ontmoet Gauguin ook zijn toekomstige vrouw, de Deense Mette-Sophie Gad.
|
| 1873 | Op 22 november trouwen Gauguin en Mette. Ze krijgen vijf kinderen: Emil (1874), Aline (1877), Clovis (1879), Jean-René (1881) en Paul-Rollon (ofwel Pola,1883).
|
| 1874 | Gauguin begint als amateurschilder. Hij heeft veel contact met Camille Pissarro.
|
| 1876 | Gauguin exposeert een klein landschap op de Parijse Salon.
|
| 1879 | Begin van Gauguins verzameling impressionistische schilderijen. Gauguin exposeert een keramisch werk op de 4e Exposition des Impressionistes in Parijs.
|
| 1880 | Gauguin neemt deel aan de expositie van de Onafhankelijken (onafhankelijk van de officiële Salon) en aan de 5e Impressionistententoonstelling in Parijs.
|
| 1881 | Op de 6e Impressionistententoonstelling toont Gauguin acht doeken. Hij brengt de zomer schilderend door in Pontoise, samen met Pissarro en Paul Cézanne.
|
| 1882 | Gauguin neemt deel aan de 7e Impressionistententoonstelling met 12 doeken en pastels die hij in de voorafgaande zomer heeft gemaakt.
|
| 1883 | Gauguin verlaat de Beurs om zich geheel aan de schilderkunst te wijden. Met zijn gezin volgt Gauguin Pissarro naar Rouen, waar hij blijft tot november 1884. Om in zijn levensonderhoud te voorzien werkt hij als verkoper van levensverzekeringen en heeft hij een baan als vertegenwoordiger van een bedrijf in (zeil)doek.
|
| 1884 | Het gezin Gauguin vertrekt naar Kopenhagen, waar de breuk tussen Mette en Paul een feit wordt.
|
| 1885 | Onder druk van de Kunstacademie sluit Gauguin zijn eenmanstentoonstelling in Kopenhagen na vijf dagen. In juni vertrekt hij naar Parijs, vergezeld van zijn zoon Clovis. Mette en de andere kinderen blijven achter in Denemarken.
|
| 1886 | Gedwongen door geldgebrek en de ziekte van zijn zoon aanvaart Gauguin een baantje als posterplakker. Op de 8e Impressionistententoonstelling hangen dit keer 19 doeken van Gauguin uit 1884-85. Gauguin maakt kennis met de keramiste Ernest Chaplet, met wie hij later dit jaar zal gaan samenwerken.
Nadat hij Clovis heeft ondergebracht bij familie, gaat Gauguin voor het eerst naar Pont-Aven in Bretagne. Hij vestigt zich in het pension van Marie-Jeanne Gloanec, waar vaak kunstenaars verblijven. Daar maakt hij kennis met de schilders Charles Laval en de jonge Emil Bernard.
Na zijn terugkeer in Parijs maakt Gauguin keramisch werk in het atelier van Chaplet. Zijn onenigheid met de Neo-Impressionisten blijft voortbestaan: naast Seurat en Signac raakt hij nu ook gebrouilleerd met zijn leermeester Pissarro.
|
| 1887 | Met Charles Laval, die inmiddels zijn zwager is geworden, vertrekt Gauguin naar Panama en vanaf daar naar het eiland Martinique. Onderweg wordt hij gekweld door dysenterie en malaria. Na terugkeer in Parijs in november neemt hij zijn intrek bij Emile Schuffenecker. Hij maakt kennis met Vincent en Theo van Gogh. Theo exposeert schilderijen en keramiek van Gauguin bij Boussod & Valadon en koopt zelf ook werk van hem aan.
|
| 1888 | Gauguin gaat opnieuw naar Pont-Aven, waar hij samenwerkt met Emile Bernard. De verkoop van zijn werk via Theo loopt goed. In maart start Gauguin de briefwisseling met Van Gogh. Eind oktober voegt hij zich bij Van Gogh in Arles, waar hij na een roerige periode eind december weer vertrekt.
|
| 1889 | Terug in Parijs neemt Gauguin deel aan een groepsexpositie in Café Volpini, georganiseerd door zijn vriend Schuffenecker. De winter brengt Gauguin door met de Nederlandse schilder Jacob Meijer de Haan in het Bretonse plaatsje Le Pouldu. De verkoop van zijn werk via Theo loopt terug.
|
| 1890 | Vincent van Gogh sterft in juli, Theo volgt hem een half jaar later. Hiermee komen Gauguins verkoopmogelijkheden ten einde. Emile Bernard wil een Van Gogh-retrospectief organiseren, hetgeen Gauguin hem afraadt.
|
| 1891 | Om geld te verdienen organiseert Gauguin een openbare verkoping van zijn schilderijen in het Parijse Hôtel Drouot. De opbrengst is voldoende om zijn reis naar Tahiti te betalen.
|
| 1893 | Na twee jaar intensief schilderen op Tahiti, zonder geld en in slechte gezondheid, keert Gauguin terug naar Frankrijk. Na zijn aankomst in Marseille exposeert hij bij de kunsthandelaar Durand-Ruel.
|
| 1894 | Gauguin verblijft opnieuw in Pont-Aven en Le Pouldu.
|
| 1895 | Hij besluit terug te keren naar Tahiti, waartoe hij nogmaals een verkoping houdt in Hôtel Drouot.
|
| 1896 | Vertrek naar Tahiti, dit keer voor vijf jaar. Gauguin voorziet in zijn levensonderhoud door te werken op het kantoor van Openbare Werken en het Kadaster.
|
| 1901 | Gauguin vertrekt naar het Marquises-eiland Hiva Oa, omdat het leven op Tahiti hem te duur wordt.
|
| 1903 | Gauguin sterft op 8 mei te Hiva Oa.
|